Home > Content Marketing > De advocaat tussen de mensen: hoeveel mogen we sharen om geliket te worden?

De advocaat tussen de mensen: hoeveel mogen we sharen om geliket te worden?

Deontologie sociale media | Hans Graux time.lex

Deontologische regels bij aanwezigheid in (sociale) media en het gebruik van de (sociale) media voor marketingdoeleinden door advocaten.

Een online profiel als advocaat? Goed idee!

Net als de maatschappij in het algemeen is het advocatenberoep in de laatste twintig jaar wellicht meer veranderd dan in de eeuw daarvoor. De meeste trends zijn positief te noemen. We zijn steeds vaker een bereikbare gesprekspartner in plaats van een meester die vanuit de hoogte neerkijkt op zijn omgeving. Ook in de media zijn we bijgevolg steeds vaker terug te vinden om duiding te geven bij nieuwe cases en nieuwe uitdagingen.

Maar bij dat laatste puntje knaagt het wel eens. Niet zelden – en niet steeds ten onrechte – worden advocaten die zich al te vaak, of op al te spectaculaire wijze, publiekelijk uiten ervan beschuldigd dat zij gewoon de aandacht opzoeken, of zelfs dat zij de publieke opinie proberen te manipuleren voor of tegen een bepaald standpunt. Dat kan natuurlijk niet door de beugel. Onze beroepsgroep dient zich te houden aan de deontologische regels, die naast de ouderwets klinkende normen – kiesheid, sereniteit, confraternaliteit – gelukkig ook wat minder dubbelzinnige richtsnoeren bevatten. We vatten even samen voor de online advocaat die graag zijn visie aan het publiek kwijt wil.

U heeft het recht om likes te oogsten. Althans, tot op zekere hoogte…

Laten we beginnen bij het eenvoudige begin: advocaten mogen tussen de mensen staan – ook online, en ook op sociale media – en ze mogen daar hun standpunt verkondigen. Dat mogen ze ook in hun hoedanigheid als advocaat, en zelfs over gevoelige zaken zoals regelgeving, wetsvoorstellen, en lopende procedures. Het gegeven dat een openlijk standpunt misschien ook een poging tot reclame voor de eigen praktijk inhoudt hoeft daarbij geen beletsel meer te zijn; het verbod voor advocaten om reclame te maken is immers al geruime tijd bijgesteld.

Dat wil echter niet zeggen dat een advocaat volledig ongeremd mag spreken. Eerst en vooral moeten we die oude begrippen opnieuw uit de kast halen: kiesheid, sereniteit, rechtschapenheid, en andere kernconcepten die we in onze Codex Deontologie terugvinden. Een online publicatie, inclusief via social media, vergaat niet even snel als een babbel op café, en advocaten houden er dan ook best rekening mee dat ze zich online beter niet als tooggasten gedragen. Het ontbreekt in online discussies al snel aan nuance of elementaire beleefdheid, en van advocaten wordt nog steeds verwacht dat zij zich en public met een zekere reserve gedragen. Dat geldt des te meer wanneer ze standpunten innemen over politiek geladen kwesties of maatschappelijk-juridische problemen.

Communicatie over concrete dossiers

Dat is allemaal goed en wel als basisprincipe, maar wat zeggen onze deontologische regels over de communicatie rond specifieke dossiers of procedures? Op de eerste plaats is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen commentaren die men geeft op andermans zaken – dat wil zeggen, dossiers waarin een advocaat of diens kantoor zelf niet betrokken is – en commentaren op eigen zaken.

Commentaar op andermans zaken mag zeker; dat kon wellicht iedereen al afleiden uit de frequente interviews met advocaten die hun licht in de media laten schijnen over de grote rechtszaak van de dag. De bovenstaande principes blijven natuurlijk wel gelden: van een advocaat mag steeds een zekere terughoudendheid worden verwacht in zaken waarvan hij of zij niet alle details kent, en hoewel een harde veeg uit de pan naar een confrater misschien meer likes en clicks zou oogsten dan een genuanceerd standpunt, wordt wel geëist dat een advocaat zich niet al te zeer laat leiden door een verlangen naar aandacht. Kritische bedenkingen mogen, maar men stelt zich best even de vraag of men wel fair is geweest ten aanzien van alle partijen alvorens op die publish­-knop te drukken.

Bescherming van de belangen van de cliënt

En hoe zit het met eigen dossiers? Daar moet de terughoudendheid vanzelfsprekend nog groter zijn. Publieke uitingen over lopende dossiers zijn niet absoluut verboden, maar er zijn een paar simpele regels die in de praktijk een strak snoer vormen. Hoe verleidelijk het ook kan zijn in de hedendaagse mediamaatschappij, een advocaat mag zijn geschillen niet in de media voeren. Onze Codex verbiedt de advocaten om hun zaken publiekelijk te bepleiten, behalve indien, als gevolg van mededelingen van het openbaar ministerie, de persrechter of derden in de media, de wapengelijkheid een reactie noodzakelijk maakt. Bovendien moet men hoe dan ook waken over het beroepsgeheim en over de confidentialiteit van de dossiers, wat minstens impliceert dat de advocaat niets bekendmaakt – en zeker geen details over de identiteit van een cliënt of de inhoud van een zaak – zonder de toestemming van die cliënt. Ook als de cliënt wel instemt, moet de advocaat de afweging maken of een publicatie wel de belangen van de cliënt dient.

Tot slot spreekt het voor zich dat de algemene fatsoensnormen ook online blijven gelden. Advocaten dienen zorgvuldig te zijn in hun communicatie en zich te onthouden van manipulatie. Ze kunnen dus geen uitspraken doen waarbij ze opzettelijk met halve waarheden werken en relevante informatie achterhouden om een meer spectaculaire soundbyte te produceren, en mogen hun identiteit niet verbergen om zo het publieke debat te vergiftigen. Bovendien – en dit is wellicht advies dat iedere gebruiker van social media af en toe kan gebruiken – beklemtoont ons reglement inzake advocaat en media dat uitingen van een advocaat “niet onnodig grievend” mogen zijn…

En dan nu even een blokje advocatenmarketing

Communicatie over actualiteiten of dossiers kan dus zeker door de beugel, ook via sociale media, als men de bovenstaande regels in acht neemt. Maar een online publicatie zorgt ook voor visibiliteit, en visibiliteit kan zorgen voor nieuw werk. Met andere woorden: in welke mate mag een advocaat via zijn online présence al dan niet subtiel reclame maken voor de eigen praktijk? In welke mate mag een advocaat de sociale media mag gebruiken als marketing tool.

Advocaten mogen tegenwoordig reclame maken, dus daar knelt het schoentje alvast niet. Maar er zijn wel een paar regels die men ook in social media moet respecteren. Reclame mag vanzelfsprekend niet misleidend zijn, maar mag ook niet gericht zijn op een bepaalde cliënt of dossier. U onthoudt zich dus best van tweets van het genre “Hoera! Alweer een klinkende overwinning binnengehaald voor @cliënt”, of van posts op Facebook over uw succesvolle alimentatieprocedures voor cliënt zus en zo.

Discretie over uw resultaten

Bovendien – en dit ligt een stuk minder voor de hand – mag u volgens onze deontologische regels ook niet uitpakken met voorbije resultaten, aantal procedures, omzetcijfers of slaagpercentages. Met andere woorden: zelfs als u geen namen vermeldt, dan mag u nog steeds niet aangeven dat u gemiddeld 85% van uw zaken rond onrechtmatig ontslag wint, of dat u gemiddeld 8.500 EUR als schadevergoeding binnenrijft voor uw dankbare cliënteel. Het is dus niet enkel de identiteit of de aard van de zaken waarover u discreet moet zijn, maar zelfs over uw performantie.

Zelfpromotie en “personal branding” mogen, maar let wel op uw stijl.

Het mag duidelijk zijn dat een advocaat tussen de mensen mag en moet staan, en daar hoort tegenwoordig ook het Internet bij. U mag zich dus rustig op social media begeven, en daar uw standpunten en reflecties delen. Dit al dan niet met het oog op enige zelfpromotie of “personal branding”, zoals dat tegenwoordig met een modewoord wordt genoemd. Het is echter belangrijk om te onthouden dat van advocaten, zelfs in de 21e eeuw, nog altijd een bepaalde communicatiestijl verwacht wordt. Wie daarmee rekening kan houden, mag rustig verder tweeten en online networken, ook om aan marketing doen.

Bekijk ook
path to purchase legal consumer
Hoe advocaten zich moeten aanpassen aan de nieuwe juridische consument. Deel 1
Wijzigende rol van de advocaat
Gerben Pauwels, Directeur Juridische Zaken Argenta, over trends in legal marketing zoals gezien door bedrijfsjuristen (nr. 5).
Jureca
Jureca: Waar rechtszoekenden en advocaten elkaar vinden
Legal marketing and knowledfge management
Kennisbeheer en marketing in advocatenkantoren, deel 2

Geef feedback op